De Jongenscode! – René van Engelen

Toen ik las dat Uitgeverij Pica een nieuw boek van René van Engelen zou gaan publiceren en dan ook nog eens over jongens in het onderwijs wist ik niet hoe snel ik moest laten weten dat ik heel graag een recensie-exemplaar zou willen ontvangen. De Jongenscode! leek me namelijk zeer interessant. Niet alleen om meer te leren over jongens in het onderwijs, maar ook om eens goed naar mezelf te kijken als leerkracht. Welke dingen doe ik al goed en waar zitten mijn leerpunten? Doordat ik met deze houding het boek ben gaan lezen, deed ik er wel langer over dan verwacht. Maar die tijdsinvestering was het waard.

De inhoud van het boek

Alle kinderen verdienen het om met plezier naar school te gaan. Ook jongens. Als we als onderwijsprofessionals ‘de jongenscode’ goed leren begrijpen, weten we beter wat zij nodig hebben en wat goed onderwijs aan jongens inhoudt. In dit boek laat René van Engelen zien wat er dan zo specifiek is aan jongens en hun gedrag: zo zijn ze gemiddeld genomen actiegerichter, gevoeliger voor competitie, minder taakgericht en verloopt de sociale en emotionele ontwikkeling anders dan bij meisjes.

Achtereenvolgens komen de theoretische achtergronden van jongensgedrag aan de orde, de opvoeding in onze huidige maatschappij en de omgang met jongens in het onderwijs. In het laatste, heel praktische hoofdstuk staan zestien actiepunten, waarmee het onderwijs voor jongens aantrekkelijker gemaakt kan worden.

Wat vind ik van het boek?

Zoals ik al in de inleiding schreef, heb ik vrij lang gedaan over het lezen van dit boek. Niet omdat het niet fijn leest, dat doet het namelijk zeker wel, maar omdat ik veel heb gekeken naar mijn eigen praktijk tijdens het lezen. Hoe doe ik het als leerkracht? Gelukkig was er veel herkenning tijdens het lezen en dat zie ik als iets positiefs.
Wat ik fijn vind aan dit boek zijn de paarse bladzijden waarop jongens, ouders en leerkrachten hun eigen ervaringen delen. Naast de onderbouwing vanuit literatuur is het prettig om praktische voorbeelden te lezen en dit dan met elkaar te kunnen vergelijken.

Koppeling theorie en praktijk

Het boek begint met een hoofdstuk over jongensgedrag. Er wordt uitgelegd waarom jongens op een bepaalde manier kunnen reageren. Het was voor mij niet echt nieuw om dit te lezen, maar wel weer verhelderend. Herhaling is ook goed voor leerkrachten. De alinea over het leren van jongens (1.4) vond ik het meest interessant in dit hoofdstuk. Ik heb al veel gelezen en gehoord over het belang van bewegen om te kunnen leren, maar in deze alinea wordt het goed onderbouwd met argumenten en voorbeelden.
Ook het belang van stoeien wordt in dit hoofdstuk uitgelegd, maar daarnaast komt begrenzen aan bod.

In het tweede hoofdstuk gaat het over de opvoeding van jongens in de maatschappij. Erg interessant in dit gedeelte vond ik het om te lezen over het problematiseren van jongensgedrag. Hoe komt het nu dat we sinds de jaren 80 het gedrag zijn gaan zien als probleem? Ook in dit hoofdstuk gaat het over begrenzen en de manier van spelen met jongens.
De alinea over het fysiek welbevinden van jongens en de speelruimte die letterlijk minder is geworden voor jongens heeft mij stof gegeven om over na te denken. Zowel als leerkracht als als moeder van een jongenspeuter. Jongens hebben de ruimte nodig om hun lichaam te ontdekken en moeten binnen de lessen bewegingsonderwijs voldoende uitdaging krijgen.

Lees ook: Bewegend leren in groep 7 en 8

Onderwijsbehoeften

Hoofdstuk 3 gaat over of en hoe het huidige onderwijs aansluit bij de onderwijsbehoeften van jongens. Er worden algemene dingen besproken die gelden voor alle leeftijden waarbij begrenzen, fysieke ruimte en humor specifiek aan bod komen. Ondanks dat de tussentitels herhaling doen vermoeden is dat qua inhoud echt niet zo. In dit hoofdstuk is de benadering echt vanuit het onderwijs genoemd en de problemen die ontstaan zijn voor jongens doordat er minder meesters zijn. René van Engelen brengt dit echter op zo’n manier dat ik als juf een goed idee krijg om beter te kunnen voldoen aan wat jongens nodig hebben. Ik zie dingen die ik al doe en mooie mogelijkheden om te groeien.

Het laatste hoofdstuk geeft praktische voorbeelden voor scholen en leerkrachten om een jongensvriendelijke leeromgeving te scheppen.
De casussen in dit hoofdstuk vond ik prettig om te lezen. Ook is het fijn dat de tips die gegeven worden extra duidelijk worden aangegeven. Met name de tips over de agressie-energiecurve ga ik onthouden. Ik merk nu al dat ik thuis de jongenspeuter hierdoor soms anders benader. Ik verwoord dingen anders, korter en bondiger, dan voorheen.

In de klas deed ik al pogingen tot meer bewegend leren, maar hier ga ik zeker meer mee aan de slag. De Jongenscode heeft mij het belang hiervan weer extra duidelijk gemaakt.

Ik heb De Jongenscode met veel plezier en interesse gelezen. De praktische handvatten die ik heb gekregen als leerkracht wil ik zeker gaan toepassen in de praktijk. Het is prettig dat de informatie goed onderbouwd is vanuit literatuur waardoor ik begrijp waarom dingen voor jongens soms anders moeten. Voor mezelf vond ik het wel fijn om veel dingen te herkennen en te weten dat ik in ieder geval al voor een groot gedeelte best een goede jongensjuf ben.

Dit bericht bevat affiliate links.

Het boek kreeg ik opgestuurd door Uitgeverij Pica. Hartelijk dank! 

Share Button